Bijzondere bijstand

Voor wie?

Bijzondere bijstand is voor noodzakelijke kosten die u zelf niet kunt betalen. Iedereen met een laag inkomen en weinig vermogen kan bijzondere bijstand aanvragen. Dus ook wanneer u een minimumloon of AOW hebt. 

De voorwaarden

  • uw inkomen ligt op of rond het sociaal minimum
  • uw vermogen zit onder de vermogensgrens
  • u heeft nog geen kosten gemaakt
  • de kosten zijn bijzonder, noodzakelijk en worden niet op een andere manier vergoed

Waarvoor?

Voor dingen die u écht nodig hebt, maar niet zelf kunt betalen. De kosten moeten bijzonder en noodzakelijk zijn. Enkele voorbeelden zijn de eigen bijdrage thuiszorg, extra verwarmingskosten in verband met ziekte, kledingslijtage door rolstoelgebruik, kosten van kinderopvang bij medische of sociale redenen of reiskosten om uw zieke familielid te kunnen bezoeken. Maar ook de kosten van bewindvoering, rechtsbijstand, een bijdrage in woonlasten bij plotseling verlies van uw inkomsten of kosten van inrichting van uw (nieuwe) woning is bijzondere bijstand mogelijk.

Hoogte vergoeding

De hoogte van de bijzondere bijstand hangt af van uw persoonlijke omstandigheden. Voor sommige zaken zijn maximumbedragen vastgesteld. Dat betekent niet dat u automatisch dat maximale bedrag krijgt. Als u minder bijstand nodig heeft, krijgt u een lagere vergoeding.

Aanvraag

Ziet u op tegen het invullen van formulieren? Of vraagt u zich af voor welke regelingen u in aanmerking komt? Maak dan een afspraak met de inkomensbrigade, tel. (0317) 49 24 50. Zij geven u graag advies en kunnen u helpen met het invullen van de formulieren.

Let op: Heeft u geen bijstandsuitkering van de gemeente Wageningen? En vraagt u het niet met DigiD aan?  Vul dan ook het inlichtingenformulier in.

Termijn

De gemeente neemt binnen 8 weken na ontvangst van uw aanvraag een besluit. Deze termijn mag eenmaal verlengd worden.

Meenemen

  • bewijs van inkomsten uit werk of uitkering
  • bewijs van uw vermogen
  • geldig identiteitsbewijs
  • rekening van de kosten

Bezwaar en beroep

U kunt bezwaar maken tegen de beslissing op uw aanvraag. Doe dit binnen 6 weken. Bent u het daarna niet eens met de uitspraak op het bezwaarschrift? Teken dan beroep aan bij de rechtbank.